Üben
Die Lernstränge
Alles, was die App übt, in der Reihenfolge, in der sie es übt. Diese Seite ist keine Beschreibung, sondern ein Auszug: Sie stammt aus denselben Dateien, aus denen die App ihre Fragen holt.
Die Apps selbst sprechen vorerst Niederländisch — die Namen unten sind das, was ein Kind auf dem Bildschirm sieht.
Kopfrechnen
Maths
71 Stufen · 143 Blöcke · 1618 Lernpunkte
Getallen
Getalbegrip
- 1PlaatswaardeWelk cijfer staat op welke plek, en wat is het dan waard.
- Waarde van een cijfer
- Getallen opbouwen
- Waarde van een cijfer: grote getallen
- Waarde van een cijfer achter de komma
- 2Getallen lezen en schrijvenVan woorden naar cijfers, en van cijfers naar woorden.
- Getallen in cijfers schrijven
- Getallen in woorden schrijven
- 3De getallenlijnAflezen waar de pijl staat, en zelf een getal op de lijn zetten.
- Getallenlijn aflezen
- Op de getallenlijn zetten
- 4AfrondenOp tien, honderd en duizend, en op decimalen.
- Afronden op tien, honderd, duizend
- Afronden op decimalen
- 5Volgorde en negatieve getallenWelke bewerking eerst, en rekenen voorbij de nul.
- Volgorde van bewerkingen
- Negatieve getallen: plus en min
- Negatieve getallen: keer en delen
Getallen
Plus & min
- 1Tot tienVrienden van tien, splitsen, terugrekenen, en plus en min tot tien.
- Vrienden van tien
- Splitsen tot tien
- Terugrekenen tot tien
- Plus tot tien
- Min tot tien
- 2Dubbelen en helftenHet dubbele, bijna-dubbel, en de helft terug.
- Dubbelen en helften
- 3Tot twintigTien en nog wat, en plus en min tot twintig binnen het tiental.
- Splitsen tot twintig
- Plus tot twintig
- Min tot twintig
- 4Over de tienDe grote stap: plus en min over het tiental heen, tot twintig.
- Plus over de tien
- Min over de tien
- 5Tot honderdSprongen van tien, en plus en min binnen het tiental.
- Sprongen van tien en één
- Plus tot honderd
- Min tot honderd
- Aanvullen tot een tiental
- 6Handig rekenenAanvullen tot 100 en 1000, rekenen met 9, 19, 29 en met 25 en 50.
- Aanvullen tot honderd
- Handig rekenen met 9, 19, 29
- Aanvullen tot duizend
- Rekenen met 25 en 50
- 7Over het tientalPlus en min over het tiental, met eenheden: 76 + 8.
- Plus over het tiental
- Min over het tiental
- 8Tientallen én eenhedenDe stap erna: 56 + 28 en 76 − 28.
- Plus met tientallen én eenheden
- Min met tientallen én eenheden
- 9Tot duizendPlus en min tot duizend, en zien wanneer doortellen korter is.
- Plus tot duizend
- Min tot duizend
- Verschil: doortellen
- 10Grote getallenPlus en min met getallen boven de duizend.
- Plus met grote getallen
- Min met grote getallen
Getallen
Keer & delen
- 1De eerste tafels1, 2, 10 en 5 — de tafels waar je de rest uit afleidt.
- Tafel van 1
- Tafel van 2
- Tafel van 10
- Tafel van 5
- 2De tafels van 3 en 4Via herhaald optellen en via dubbelen: 4 × 6 is het dubbele van 2 × 6.
- Tafel van 3
- Tafel van 4
- 3De moeilijke tafels6, 7, 8 en 9 — de tafels die je uit de makkelijke haalt.
- Tafel van 6
- Tafel van 7
- Tafel van 8
- Tafel van 9
- 4De eerste deeltafelsDelen door 2, 10, 5, 3 en 4 — het omgekeerde van de tafels die je kent.
- Deeltafel van 2
- Deeltafel van 10
- Deeltafel van 5
- Deeltafel van 3
- Deeltafel van 4
- 5De moeilijke deeltafelsDelen door 6, 7, 8 en 9.
- Deeltafel van 6
- Deeltafel van 7
- Deeltafel van 8
- Deeltafel van 9
- 6Keer én delen door elkaarAlle tafels en deeltafels, in één rij door elkaar.
- Tafel van 1
- Tafel van 2
- Tafel van 10
- Tafel van 5
- Tafel van 3
- Tafel van 4
- Tafel van 6
- Tafel van 7
- Tafel van 8
- Tafel van 9
- Deeltafel van 2
- Deeltafel van 10
- +7
- 7Keer een groter getalSplits het getal in tientallen en eenheden: 3 × 67 is 180 + 21.
- Keer een groter getal
- 8Grote tafelsDe tafels van 11, 12, 20, 25 en 50.
- Grote tafels
- 9TientaltafelsKeer met tientallen en honderdtallen: 3 × 60, 100 × 14.
- Tientaltafels
- 10Keer en delen door 10, 100, 1000Nullen erbij en eraf, en bij kommagetallen de komma schuiven.
- Keer en delen door 10, 100, 1000
- Kommagetallen × en : 10, 100, 1000
- 11Verder met delenDelen met tientallen, delen door te splitsen, en delen met rest.
- Delen met tientallen
- Delen door te splitsen
- Delen met rest
Getallen
Cijferen
- 1Cijferend optellen en aftrekkenDe som onder elkaar, met onthouden en lenen.
- Cijferend optellen
- Cijferend aftrekken
- Cijferend keer één cijfer
- 2Cijferend keer en de staartdelingTwee regels onder elkaar, en de deling hap voor hap.
- Cijferend vermenigvuldigen
- Kommagetallen onder elkaar
- Cijferend keer met grote getallen
- De staartdeling
- 3Staartdeling door twee cijfersDelen door 12, 15, 24: met een rijtje van de deler.
- Staartdeling door twee cijfers
Verhaalsommen
Wat gebeurt er in het verhaal?
- 1Erbij, eraf, keer of delenLees een kort verhaal en kies wat er gebeurt.
- Wat gebeurt er in het verhaal?
Verhaalsommen
Plus & min in een verhaal
- 1Verhaalsommen: plus en minEen som die in een verhaal verstopt zit. Lees, zoek de getallen, zoek het woord.
- Verhaalsommen: plus en min
Verhaalsommen
Keer & delen in een verhaal
- 1Verhaalsommen: keer en delenPer stuk, in elke doos, verdeeld over — en dan uitrekenen.
- Verhaalsommen: keer en delen
- 2Verhaalsommen in twee stappenEerst het totaal uitrekenen, dan pas de vraag beantwoorden.
- Verhaalsommen in twee stappen
Verhaalsommen
Meten in een verhaal
- 1Verhaalsommen met matenMeters naar centimeters, kilo naar gram — de maattrap in een verhaal.
- Verhaalsommen met maten
Verhaalsommen
Geld en tijd in een verhaal
- 1Verhaalsommen met geldWat kost het samen, en hoeveel krijg je terug?
- Verhaalsommen met geld
- 2Verhaalsommen met tijdHoe lang duurt het samen, en hoeveel blijft er over?
- Verhaalsommen met tijd
Verhaalsommen
Verhoudingen in een verhaal
- 1Verhaalsommen met verhoudingenPer kilometer, per stuk — van één naar veel en weer terug.
- Verhaalsommen met verhoudingen
Verhoudingen
Breuken
- 1Breuken herkennenWelk deel is gekleurd? Je schrijft de breuk zelf op.
- Breuken benoemen
- 2Breuken op de getallenlijnEen breuk aflezen, en van een deel terug naar het geheel.
- Breuken op de getallenlijn
- Van een deel naar het geheel
- 3Deel van een geheelDe helft, een kwart, een tiende — van een getal.
- Breuken benoemen
- Deel van een geheel
- 4Breuken vereenvoudigen, optellen en aftrekken2/4 is 1/2, 7/4 is 1¾, en 1/4 + 2/4 is 3/4.
- Breuken vereenvoudigen
- Helen eruit halen
- Breuken optellen
- Breuken aftrekken
- 5Breuken keer, gedeeld en gelijknamigOngelijke noemers gelijk maken, en breuken keer en gedeeld door elkaar.
- Breuken met ongelijke noemers
- Breuken vermenigvuldigen
- Delen door een breuk
Verhoudingen
Procenten
- 1Breuk en procentEen half is 50%, een kwart is 25% — dezelfde strook.
- Breuk als procent
- Breuk als kommagetal
- 2Procent berekenenHoeveel procent is het, en procent als kommagetal.
- Procent en kommagetal
- Hoeveel procent is het?
- 3Procent van een getal10% van 60, 25% van 40 — via tien procent.
- Procent van een getal
- 4Korting berekenenZet 100, 50, 25 en 10 procent op een rij, en zoek het gevraagde bij elkaar.
- Korting berekenen
- 5Btw en kortingspercentageHoeveel procent korting, en de prijs met btw.
- Hoeveel procent korting?
- Btw en procent erbij
Verhoudingen
Kommagetallen
- 1KommagetallenPlus, min en keer met tienden en honderdsten.
- Kommagetallen plus en min
- Kommagetallen keer
- 2Kommagetallen afrondenWelk cijfer staat achter de komma, en afronden op decimalen.
- Waarde van een cijfer achter de komma
- Afronden op decimalen
Verhoudingen
Verhoudingen vergelijken
- 1Verhoudingen vergelijkenHetzelfde stuk, groter geschreven: 2 op 3 is ook 6 op 9.
- Verhoudingen vergelijken
- 2De verhoudingstabelInvullen met tussenstappen, met en zonder verhaal, en de prijs per kilo.
- De verhoudingstabel invullen
- Verhaalsommen met een verhoudingstabel
- Prijs per kilo
- 3Schaal en snelheidSchaal op de kaart, afstand en tijd, en m/s omrekenen naar km/uur.
- Schaal op de kaart
- Snelheid, afstand en tijd
- m/s en km/uur
- 4Breuk, procent en kommagetal1 van de 4 is 1/4 is 0,25 is 25% — steeds dezelfde hoeveelheid.
- Breuk, procent, kommagetal
Meten & tijd
Lengte
- 1LengtematenVan meters naar centimeters en terug — de trap op en af.
- Lengtematen
- 2Welke maat past hierbij?Is een deur 2 meter of 2 millimeter? Maatgevoel, vóór het omrekenen.
- Welke maat past hierbij?
Meten & tijd
Inhoud & gewicht
- 1Inhoud en gewichtLiters en grammen: dezelfde trap, andere namen.
- Inhoudsmaten
- Gewichtsmaten
Meten & tijd
Geld
- 1Geld neerleggenWelke munten en briefjes samen een bedrag maken.
- Geld neerleggen
- 2Rekenen met bedragenBedragen bij elkaar, en een prijs keer een aantal.
- Bedragen optellen
- Prijs keer aantal
- 3TeruggevenWat je terugkrijgt van 5, 10, 20 en 50.
- Teruggeven van 5 en 10
- Teruggeven van 20 en 50
Meten & tijd
Klok & tijd
- 1KlokkijkenHele en halve uren, en de kwartieren.
- Klok: hele en halve uren
- Klok zetten: hele en halve uren
- Klok: kwartieren
- Klok zetten: kwartieren
- 2De klok op de minuutVijf over half, tien voor drie — de klok op de minuut.
- Klok: hele en halve uren
- Klok zetten: hele en halve uren
- Klok: kwartieren
- Klok zetten: kwartieren
- Klok: op de minuut
- Klok zetten: op de minuut
- 3Hoe lang duurt hetVan het ene tijdstip naar het andere — hoeveel minuten zit daartussen.
- Hoe lang duurt het
- Hoe lang duurt het, op de minuut
- 4Eeuwen, jaren, weken en secondenElke tijdstap heeft zijn eigen maat — en de maanden erbij.
- Tijd omrekenen
- De maanden van het jaar
- 5Tijd met een kommaVan 2,5 uur naar minuten, en terug.
- Tijd met een komma
- 6De 24-uursklokOp het station staat 19:00 en op je pols zeven uur. Hoe je van de een naar de ander komt.
- De 24-uursklok
Meten & tijd
Meetkunde
- 1Omtrek en oppervlakteHoe lang is de lijn eromheen, en hoeveel vierkantjes passen erop?
- Omtrek van een rechthoek
- Oppervlakte van een rechthoek
- 2Driehoek en inhoudDe helft van een rechthoek, en hoeveel kubusjes er in een balk passen.
- Oppervlakte van een driehoek
- Inhoud van een balk
- 3De cirkelOmtrek en oppervlakte met π — en het verschil tussen die twee.
- Omtrek van een cirkel
- Oppervlakte van een cirkel
- 4Vierkante en kubieke matenBij m² stap je met honderd tegelijk, bij m³ met duizend. En 1 dm³ is 1 liter.
- Vierkante maten
- Kubieke maten
- 5Hectare en areOppervlakte in hectare, are en vierkante meter.
- Hectare, are en m²
Alles
- 1De hele leerlijnVan vrienden van tien tot delen met rest — alles.
- Vrienden van tien
- Splitsen tot tien
- Splitsen tot twintig
- Terugrekenen tot tien
- Plus tot tien
- Min tot tien
- Dubbelen en helften
- Plus tot twintig
- Min tot twintig
- Plus over de tien
- Min over de tien
- Sprongen van tien en één
- +131
Jeder Schritt oben ist ein echter Startpunkt in der App. Dein Kind wählt einen, und der Einstufungstest setzt es danach auf die passende Stufe.